Bij pensioenfondsen met een zogenoemde primo-regeling dient de bruto jaargrondslag te worden berekend op basis van het bruto januarisalaris of uurloon. Wanneer er echter uitsluitend een netto uurloon is afgesproken, is een correcte berekening in principe niet mogelijk. Dit kan leiden tot fouten in de digitale pensioenaanlevering.
Om dergelijke fouten te voorkomen, wordt er in deze situaties een geschatte (fictieve) jaargrondslag berekend.
Hoe werkt deze berekening?
We nemen als voorbeeld een netto uurloon van € 15,00 bij een fulltime werkweek van 40 uur, oftewel 173,33 uur per maand volgens de cao.
Eerst wordt een fulltime netto periodeloon berekend = € 15,00 * 173,33 = € 2599,95
Dit fulltime netto loon wordt daarna verhoogd met een geschatte factor voor loonheffing om tot een bruto loon te komen. Op basis van diverse berekeningen met een wisselend aantal gewerkte uren per periode en wel of geen loonheffingskorting hebben we een gemiddelde rekenfactor bepaald, namelijk:
- Bij geen loonheffingskorting factor = 1,68
- Bij wel loonheffingskorting factor = 1,20
Geschat bruto loon bij wel loonheffingskorting in dit voorbeeld is dan € 2599,95 * 1,20 = € 3119,94
Hierna rekenen we dit om naar een jaarsalaris.
Bij maandverloning € 3119,94 * 12 = € 37439,28 -> € 37440,00
Deze grondslag € 37440,00 is daarmee de basis voor de premieberekening.
De te hanteren rekenfactor is dus afhankelijk van wel of geen loonheffingskorting en wordt berekend in P1 of bij in dienst treding.
Let op!
Doordat er wordt gerekend met een geschatte factor, verlopen de pensioenaanleveringen technisch correct. Echter, er kunnen verschillen ontstaan tussen de aangeleverde gegevens en de uiteindelijke nota’s van het pensioenfonds.
Conclusie: maak liever geen netto loonafspraken, zeker niet wanneer je te maken hebt met een pensioenregeling die uitgaat van een jaargrondslag.